Lammers | Thijssen Advocaten Arbeidsrecht

Prinsjesdag 2026: arbeidsrechtelijke plannen van deze regering

Uit Prinsjesdag volgt dat de huidige regering van plan is om op korte termijn aan de slag te gaan met enkele wetsvoorstellen die ook werkgevers raken. Hieronder de meest relevante topics.

Zelfstandigenwet

Lees meer hierover in het uitgebreide artikel in deze nieuwsbrief.

Uitstel van de afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding

De maatregel om de compensatieregeling transitievergoeding af te schaffen wordt met één jaar uitgesteld. De beoogde nieuwe ingangsdatum van de maatregel is 1 januari 2028. 

Wet meer zekerheid Flexwerkers

Na de Tweede Kamer heeft recentelijk ook de Eerste Kamer ingestemd met deze wet. Per 1 januari 2028 gelden kort gezegd de navolgende vier belangrijke wijzigingen voor het werken met flexkrachten.

  1. Invoering bandbreedtecontract: oproep-/nulurencontracten verdwijnen en maken plaats voor het bandbreedtecontract (het maximum mag maximaal 30 procent boven het minimum liggen).
  2. Strengere ketenbepaling: na drie tijdelijke contracten een verplichte tussenpoos van 3 jaar.
  3. Kortere uitzendfasen: Fase A wordt teruggebracht van 78 naar 52 weken. Fase B gaat van 6 contracten in 4 jaar naar 6 contracten in 2 jaar.
  4. Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en gedetacheerden. (Dit gaat in per 31 december 2026 en is sinds 1 januari 2026 al opgenomen in de uitzend- en detacheringscao’s).

Modernisering concurrentiebeding

In juni 2026 is het wetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. Volgens het wetsvoorstel gelden voor een concurrentie-en relatiebeding de navolgende voorwaarden.

  1. Het beding moet schriftelijk zijn overeengekomen met een meerderjarige werknemer;
  2. In het beding moet schriftelijk zijn gemotiveerd gedurende welke periode de beperking geldt. Die periode moet uit hele maanden bestaan en mag niet langer zijn dan twaalf (12) maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst;
  3. Het beding moet een geografische reikwijdte van de beperking vermelden. Ook die moet schriftelijk zijn gemotiveerd;
  4. Het beding moet schriftelijk worden gemotiveerd, waarbij de werkgever dient aan te geven waarom de beperking noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. In het ingediende wetsvoorstel geldt deze motiveringsplicht niet alleen voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, maar ook voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd.

De werkgever kan het beding alleen inroepen door de werknemer schriftelijk mee te delen óf en voor welke periode hij zich erop beroept. In principe moet dat uiterlijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst. Het wetsvoorstel bevat uitzonderingen met kortere termijnen voor bepaalde beëindigingssituaties, zoals opzegging door de werkgever of werknemer en ontbinding door de kantonrechter.

Als de werkgever zich op het beding beroept, is hij voor iedere maand waarin de beperking geldt een vergoeding verschuldigd van ten minste de helft van het maandloon. Een hoger bedrag kan schriftelijk zijn overeengekomen. De vergoeding moet in principe uiterlijk op de laatste dag van de arbeidsovereenkomst zijn betaald. Bij niet-tijdige of onvolledige betaling heeft het beding geen werking.

Voor bestaande bedingen is overgangsrecht voorgesteld. De precieze gevolgen zijn afhankelijk van het moment waarop het beding is overeengekomen en of de werkgever tijdig een beroep doet op het beding.

Wet RIV-toets door bedrijfsarts

Bij ziekte moet een werkgever nu 2 jaar het loon doorbetalen en helpen bij de re-integratie van de zieke werknemer. Na deze periode beoordeelt UWV met de re-integratieverslagtoets (RIV-toets) of de inspanningen voldoende waren. Is dat niet zo, dan kan de werkgever een loonsanctie van maximaal een jaar krijgen. In de nieuwe situatie biedt het advies van de bedrijfsarts werkgevers vooraf zekerheid: als zij dit advies opvolgen, voldoen ze aan hun verplichtingen. Dit bespaart bovendien werk voor UWV-verzekeringsartsen. Zij houden meer tijd over voor het beoordelen van uitkeringsaanvragen.

Beleidsvoornemens regering: transitievergoeding moet een leerbudget worden

De regering wil de transitievergoeding hervormen en meer richten op het daadwerkelijk begeleiden van werknemers van werk naar werk. Daarvoor zijn in het regeerakkoord de volgende uitgangspunten opgenomen:

Meer informatie uit het regeerakkoord vind je hier.

Wet re-integratie 2e ziektejaar bij kleine en middelgrote werkgevers

In onderling overleg kan met de werknemer worden afgesproken om re-integratie in spoor I gedurende het tweede ziektejaar af te sluiten.

Evaluatie knelpunten WVP

Het regeerakkoord zet in op het wegnemen van knelpunten in de Wet verbetering poortwachter (WvP), met als doel de re-integratie van zieke werknemers effectiever te maken en de administratieve lasten en onzekerheid voor werkgevers te verminderen. De minister SZW is inmiddels een knelpuntenanalyse is gestart. In de brief van 8 september 2026 aan de Tweede Kamer staat dat hij de Kamer eind 2026 nader zal informeren. De analyse moet twee doelen dienen:

Voor werkgevers is voor nu relevant dat het kabinet ook andere varianten verkent, waaronder een kortere loonsanctie, vereenvoudiging van de ontslagprocedure na langdurige arbeidsongeschiktheid en uitbreiding van de no-riskpolis voor werknemers in het tweede spoor. Let op, dit zijn nog verkennende scenario’s van deze regering.