Adviseur Hoge Raad: ook tijdens slapend dienstverband opbouw vakantiedagen
Bouwen langdurig zieke werknemers vakantiedagen op tijdens een slapend dienstverband? De rechtspraak is hierover verdeeld, maar de meeste lagere rechters wijzen vorderingen van werknemers in dit kader af. Een van de kantonrechters die over een dergelijke vordering moest oordelen, stelde hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De Hoge Raad wordt daarmee gevraagd advies te geven over de uitleg van een wet of rechtsregel.
De adviseur van de Hoge Raad, de advocaat-generaal (AG), vindt echter dat werknemers ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen opbouwen tegen loonwaarde. De AG baseert zijn conclusie op het Europese recht. Arbeidsongeschikte werknemers hebben recht op vakantie, ook als zij niet daadwerkelijk werken. Aan de opbouw van vakantiedagen mogen volgens het EU-recht geen voorwaarden worden verbonden.
Dat botst met artikel 7:634 lid 1 BW, dat de opbouw van vakantiedagen koppelt aan het recht op loon. Daardoor bouwen werknemers tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen op.
Volgens de AG is die wettelijke bepaling op dit punt in strijd met het EU-recht en moet zij buiten toepassing blijven.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Als de Hoge Raad de conclusie volgt, kan dit financiële gevolgen hebben voor werkgevers en discussies opleveren met langdurig zieke werknemers van wie het dienstverband na de wachttijd slapend wordt of is gehouden.
De conclusie van de AG is echter nog geen definitief oordeel van de Hoge Raad. Het is dus nog steeds wachten op het oordeel van de Hoge Raad.
De conclusie van de AG is hier te lezen.

