Wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers
Het Wetsvoorstel Meer Zekerheid flexwerkers is aangenomen in de Tweede Kamer op 12 mei 2026. Wat houdt dit wetsvoorstel op hoofdlijnen in?
Per 1 januari 2027
- Per 1 januari 2027 krijgen uitzendkrachten ook wettelijk recht op ten minste gelijke (essentiële) en gelijkwaardige (niet essentiële) arbeidsvoorwaarden als vaste collega’s bij de inlener.
- Essentieel: loon, toeslagen, werktijden, vakantie-uren etc.
- Niet essentieel: pensioen, scholing etc.
Praktische tips:
- Vergelijk de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten met die van eigen werknemers
- Overleg met uitzendbureau(s)
- Herzie tijdig de inleen-/samenwerkingsovereenkomst
Per 1 januari 2028
- De uitzendfase verandert. Fase A gaat van 78 weken naar 52 weken. Fase B gaat van 3 jaar naar 2 jaar (6 contracten in 2 jaar). Een uitzendkracht heeft aanspraak op loondoorbetaling bij ziekte.
Praktische tip: ga na welke uitzendkracht in welke fase zit en in hoeverre de gewijzigde wetgeving gevolgen heeft voor de inlener.
- Met ingang van 1 januari 2028 mogen er geen nul urencontracten meer worden aangegaan (geen cao uitzonderingen mogelijk) met uitzondering van scholieren/studenten die maximaal 16 uur per week werkzaam zijn en AOW-gerechtigden.
- Er moet een minimum (groter dan 0) en een maximum aantal uren worden afgesproken, maximaal per kwartaal.
- De maximale urenomvang mag niet hoger zijn dan 130% van het minimum. Voorbeeld per week: minimum: 20 uur per week. Maximum: 26 uur per week (20 x 1,3 = 26).
- Nu kunnen drie contracten worden aangegaan in drie jaar tijd met tussenpozen van maximaal 6 maanden. Per 1 januari 2028 wijzigt de ketenregeling naar drie contracten in drie jaar tijd met tussenpozen van maximaal drie jaar. Uitzondering is er voor scholieren/studenten die maximaal 16 uur per week werkzaam zijn en seizoenswerkers.
Praktische tip: breng alle flexvormen in kaart en kijk waar aanpassing nodig is (realistische minimum- en maximumuren).

